Een mens wordt er niet gelukkig van

InstagramCapture_541dfca0-1eb5-4723-866b-47b12dae9e5b

Twee jaar woon ik hier nu en twee volle jaren loop ik er dagelijks voorbij. Meerdere keren per dag. En àl die tijd stond het pand aan de overkant leeg. Geen ziel te bekennen. Geen leven in huis. Doods. De rommel achter het raam staarde me telkens treurig aan. Eenzaam, vergeten, stoffig en vergeeld piepte het dambord vanonder de draperie & keek mistroostig de enkeling na die stevig voorbij stapte. Een mens werd er niet happy van. Integendeel. Héél even kreeg de rommel het gezelschap van een strijkplank en een stofzuiger, open en bloot geposeerd in de entreehal. Een darm werd er nadien bijgelegd. Waarvoor die laatste nog zou kunnen dienen, heb ik nooit begrepen. De 150 euro, die op een grauw, grijs karton in alle haast werd neer gekribbeld, verraadde zijn eigenaars. Nooit kreeg ik ze te zien. Wellicht ooit wel iemand, daar er op een dag het bordje en de aangeboden koopwaar waren verschwunden. Tenzij de eigenaar natuurlijk zelf moe werd van geen kat te zien en alles maar terug naar binnen heeft gezeuld, met die zelfde grijze treurigheid, die ondertussen vertrouwd aanvoelde. Panache kende dit pand niet. De eigenaar kende panache duidelijk ook niet. Maar wat doet het er ook toe. Er brandde toch nooit licht. De zon keerde zelfs zijn rug naar het gebouw en vertikte het om er zijn stralen op te werpen. Verloren energie leek hij te zeggen. Zo verslagen lag het huis in de straat. Wellicht is het ooit anders geweest. Het gaat hier toch om een stevige, aanwezige gevel. Volbreed met vitrines. Mijn verbeelding laat toe dat in een ver verleden, mensen opgewekt de deur zijn binnengestapt. Dat er ooit bloemen voor het raam hebben gestaan, die de voorbijgangers guitig aankeken. Misschien heeft de zon er toen wel zin in gehad om de gevel op te lichten, om te stralen op de lachende kindergezichtjes, die voor het raam aan het spelen waren. Toen waren het andere tijden, maar nu treurde het huis uit zijn voegen. De binnendeuren leunden vermoeid tegen de ramen. Een bordje “te koop” fladderde aan de gevel. Zelfs dat was een kopie van het huis en stond recht evenredig met de energie die het uitstraalde. Totdat het bordje plots was verdwenen. Halleluja. Het huis was verkocht. Eindelijk zou het opnieuw zijn zin in het leven krijgen. Eindelijk zou het opnieuw kunnen blinken. Staan pronken tegen de gevel van zijn buur. Even was er hoop. Tja. Even. Sommige huizen hebben nu eenmaal geen geluk. Vandaag staat er in de living een auto  geparkeerd. Kapoot uitdagend omhoog. Zijn koplamp piept vanonder het gordijn. Even eenzaam. Even vergeten, stoffig en vergeeld. Die binnendeuren leunen nog steeds vermoeid tegen het raam. Zoals ik al zei: een mens wordt er niet gelukkig van.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s