I am 50, mother, single & so much more

Hoe begin ik hier aan?

Net als in m’n leven, is dit het midden.

Het midden van dingen,

die een leven kleuren.

Toen, dan, nu, op dit moment, later, ooit, nooit.

Vriendschap, liefde, verlies, genot, pijn, angst, zwart-wit, grijs

Chaos in orde.

Orde in chaos.

Spinsels in reflecties

Reflecties in spinsels

Wil ze niet enkel in m’n hoofd gevangen houden.

Wil ze niet vergeten.

Wil de schoonheid aanschouwen.

Dit ben ik.
Hier ben je welkom.
Welkom!
Advertenties

En dan is het zomer. Een ode aan mijn inwoners.

297775_2312612824370_1385997_n

En dan is het zomer. Opnieuw. Ik slof naar het bovenste verdiep. Hun heiligdom. Hun leefwereld. Hier mag ik alleen komen op eigen risico. En dat doe ik. Geregeld. Om te zien of ze nog leven. Om te checken of ze het huis hebben gehaald. Iets zeggen doe ik niet. Of op dat moment toch niet. Dat is toch alleen maar voor de oren van de kat. Die volgt me. Steevast. Hoopt dat hij kan binnenglippen, als ik een deur open. Eén keer is het hem gelukt, maar hij was sneller buiten dan binnen. Ik kon nog net het kussen ontwijken. Gemompel. Gegrom. Ik slof terug naar beneden, in mijn zog de kat, en doe verder met wat ik bezig was. Ik probeer het nog wel eens binnen een uurtje.

Op de wip

Hoog en droog, zei ons ma altijd.

Maar die vlieger gaat niet op.

Het is die schok,

Die adrenaline.

Dat op en dat neer,

Dat ongecontroleerd.

Die bonk er op,

Die kans er naast.

Niet weten waar je valt.

Niet weten of je het haalt.

Dat los van de plank,

Dat luchtige in het ledige.

Dat vallen als een blok,

Dat contact met de lat.

Die pijn in je poep.

Dat zwalpen van je benen.

Die trilling die je voelt.

Het gieren van je bloed.

Wippen is geen hobby,

maar het zet je wel in majeur.

Het is je antwoord

Op die andere

Tegenover je

Op de wip.

Lieflijk leed.

49069749_319837948630215_2874742115110223872_n

Wat een lieflijk leed, zeg. Daar lag hij dan. Billen bloot, kont volgestouwd met abrikozen, walnoten en nog andere uitgedroogde garnituren. Gelukkig hadden ze er dit jaar geen al te pikante kruiden bij gedaan. Hij had al genoeg afgezien in die oven. Alle sappen, die hij nog in zijn lichaam had, heeft hij uitgezweet. Wat een miserie. En voor wat? Hij werd er niet fitter door. Méér dood kon het niet worden. Wat een afgang. Open en bloot is hij geëtaleerd geweest. Plat op zijn rug, armen en poten opengesperd naast zijn body. Ze hebben er naald en draad bij moeten halen om hem terug een beetje presentabel te maken. En om het op te vrolijken stopten ze nog een toefje rozemarijn in z’n navel en legden wat spek op z’n bek. Is goed voor wat extra flavour, hoorde hij ze nog zeggen. Pfff.

 

Ik rommel maar wat

 

 

20160629_131300

Ik schrijf vanuit m’n buikgevoel. Je beseft dat toch, vraagt ze. Ik bedoel, ik weet niet wanneer ik dat gevoel terugkrijg. Als ik het uberhaupt al terugkrijg. Het is zo’n labiel gegeven, weet je. Iets. Eén moment is het er en als ik dan niets bij de hand heb, dan is het verloren. Weg. Voorgoed. Zonder dat ik het vorm heb gegeven. Bovendien doe ik maar wat, besluit ze. Ze fronst haar voorhoofd en gaat verder. Er zit geen structuur in. Het is niet onderbouwd, het heeft geen body, het is een zoektocht naar.. die z’n weg wel vindt, gelijk het water, vervolgt ze, maar waarvan ik niet weet waar het eindigt. Het is een.. tja, wat is het? … Meestal vloeit het er uit en moet ik er geen moeite voor doen, maar soms is er niets. Nada. Niente. Geen letter, geen kleur, geen idee. Blank. Zwart. Stop. Abrupt. Ze kijkt hem vragend aan. Met halve blik. Alsof ze tegenwicht verwacht, maar er geen geduld voor heeft. Ze gaat ongestoord verder. Ik vind het idee wel iets hebben en ik wil best wel proberen, maar ik weet totaal niet waar te beginnen. Begin ik met een letter? Of is het net die eerste zin, die in je hoofd op popt, hét onderwerp in casu? Weet ik veel. Ik doe maar wat. Vraag is ook natuurlijk. Kan jij daar iets mee? Doet het jou iets? Zie jij kleur, maak jij beweging? Verschijnt er bij jou iets? Gaat het licht voor jou aan of dooft het juist zachtjes in de coulissen? Zie je het aangereikte of mis je zijn hele pointe? Wat ga jij dan doen? Zal je het me zeggen? Vertellen over een kop koffie of een glas wijn? Oh, ik hoop zo hard over wijn, dan glijdt de boodschap binnen, weet je, met zo’n zachtheid en traagheid, dat die zich pas veel later manifesteert. Het verteert gewoon beter. Ik wil het allemaal wel, maar ik weet het gewoon niet. Ik lul maar wat, ik schrijf maar wat. Inhoud heeft het niet, diepgang nog minder. Zoals ik al zei, ik rommel maar wat.

Sulawesi, droomeiland in nood.

41bb7abf2338056716cd4b56e909214e

Ik werd gevraagd mee te werken aan een project om Sulawesi financiëel te steunen. Zoals u weet overspoelde op 28 september 2018 een tsunami Palu en omgeving. Op korte tijd werd een kwart van Sulawesi van de kaart weggeveegd en veranderde het droomeiland in een mum van tijd naar een eiland in nood. Deze dag staat voorgoed gegraveerd in de geschiedenis.

Margareta van Dijck had een tijdje geleden Sulawesi bezocht. Om de slachtoffers van de tsunami te helpen, besloot ze, in samenwerking met JosBergmans studio47, haar wondermooie foto’s van die reis te publiceren.

Aan mij werd gevraagd om haar foto’s te voorzien van teksten.

Met dit fotoboek willen we de wereld tonen hoe warm, vrolijk, genereus, liefdevol en krachtig dit volk is.

De opbrengst wordt geschonken aan de organisaties die de slachtofferhulp ondersteunen. In Nederland is dat giro 6868, in België het Consortium 12-12.

* Layflat boek (35 euro, incl BTW ex verzending)

* 4 kaarten (8 euro, incl BTW ex verzending)

Beiden kan u bestellen bij mij, Jos of Margareta

renee.de.smet@telenet.be

jos@studio47.be

www.margaretavandijck.be

Alvast heel veel dank voor jullie steun en jullie warm hart.

Liefs, Renée

 

Thx, Otto.

Maandagochtend. Zoon zit onderuitgezakt. Hoofd raakt nét niet de tafel. Een levend fossiel, als ik vrijuit mag zeggen. Ik ben één en al energie. De wereld klopt aan de deur en Ik sta klaar in mijn startblokken. Ongeduldig, ongedurig, doch eentje is er bijlange nog niet. Hij slurpt verveeld aan zijn kop en gaat verder met slapen. Dat, moet ik toegeven, daar is hij een king in. Staand, zittend, liggend, hangend, ondersteboven,  you name and he nails it. ‘Moet dat?’ ‘Wat?’ ‘Die radio. Echt. Dude!’, zucht hij geïrriteerd. Ben stiekem ietsiepietsie blij. Er komt toch al wat geluid uit. Vooruitgang noem Ik dat. Ik werp hem een blik van opzij en glimlach, want hoor ik daar niet de stem van Otto-Jan Ham uit de radio schallen. Kijk, daar wordt een vrouw nu happy van, sé. Sexy, humor in het kwadraat, accentje om u tegen te zeggen en die lach..spijtig dat het radio is.. maar dan legt hij Kiley en Jason op…?? … Normaal zou ik nu switchen van post, maar Otto-Jan Ham? Neen. Hij kan dat. Hij mag dat. Ik draai de volumeknop zwaar naar links en begin mee te zingen. Zoon trekt één oog op en schiet in de lach. We kijken elkaar aan en gaan total loss! No bounderies.
Volgende ochtend in de wagen. En dinsdag is géén goeie dag. Dat weten we uit ervaring. Al het mogelijks onheil, dat maar kan gebeuren, gebeurt op dinsdag. Stelling van m’n zoon. Logisch dat zijn stemming zwaar onder nul zit. Gelukkig is er die ideale wereld. Kan ik weer lekker wegdromen op Otto’s stem en tevreden van mijn cup-to-go slurpen. Tune wordt ingezet. Zoon schiet wakker en kijkt me glimlachend aan. Gisteren passeert voor onze ogen. Our guilty pleasure. Thx, Otto.

Een mens wordt er niet gelukkig van

InstagramCapture_541dfca0-1eb5-4723-866b-47b12dae9e5b

Twee jaar woon ik hier nu en twee volle jaren loop ik er dagelijks voorbij. Meerdere keren per dag. En àl die tijd stond het pand aan de overkant leeg. Geen ziel te bekennen. Geen leven in huis. Doods. De rommel achter het raam staarde me telkens treurig aan. Eenzaam, vergeten, stoffig en vergeeld piepte het dambord vanonder de draperie & keek mistroostig de enkeling na die stevig voorbij stapte. Een mens werd er niet happy van. Integendeel. Héél even kreeg de rommel het gezelschap van een strijkplank en een stofzuiger, open en bloot geposeerd in de entreehal. Een darm werd er nadien bijgelegd. Waarvoor die laatste nog zou kunnen dienen, heb ik nooit begrepen. De 150 euro, die op een grauw, grijs karton in alle haast werd neer gekribbeld, verraadde zijn eigenaars. Nooit kreeg ik ze te zien. Wellicht ooit wel iemand, daar er op een dag het bordje en de aangeboden koopwaar waren verschwunden. Tenzij de eigenaar natuurlijk zelf moe werd van geen kat te zien en alles maar terug naar binnen heeft gezeuld, met die zelfde grijze treurigheid, die ondertussen vertrouwd aanvoelde. Panache kende dit pand niet. De eigenaar kende panache duidelijk ook niet. Maar wat doet het er ook toe. Er brandde toch nooit licht. De zon keerde zelfs zijn rug naar het gebouw en vertikte het om er zijn stralen op te werpen. Verloren energie leek hij te zeggen. Zo verslagen lag het huis in de straat. Wellicht is het ooit anders geweest. Het gaat hier toch om een stevige, aanwezige gevel. Volbreed met vitrines. Mijn verbeelding laat toe dat in een ver verleden, mensen opgewekt de deur zijn binnengestapt. Dat er ooit bloemen voor het raam hebben gestaan, die de voorbijgangers guitig aankeken. Misschien heeft de zon er toen wel zin in gehad om de gevel op te lichten, om te stralen op de lachende kindergezichtjes, die voor het raam aan het spelen waren. Toen waren het andere tijden, maar nu treurde het huis uit zijn voegen. De binnendeuren leunden vermoeid tegen de ramen. Een bordje “te koop” fladderde aan de gevel. Zelfs dat was een kopie van het huis en stond recht evenredig met de energie die het uitstraalde. Totdat het bordje plots was verdwenen. Halleluja. Het huis was verkocht. Eindelijk zou het opnieuw zijn zin in het leven krijgen. Eindelijk zou het opnieuw kunnen blinken. Staan pronken tegen de gevel van zijn buur. Even was er hoop. Tja. Even. Sommige huizen hebben nu eenmaal geen geluk. Vandaag staat er in de living een auto  geparkeerd. Kapoot uitdagend omhoog. Zijn koplamp piept vanonder het gordijn. Even eenzaam. Even vergeten, stoffig en vergeeld. Die binnendeuren leunen nog steeds vermoeid tegen het raam. Zoals ik al zei: een mens wordt er niet gelukkig van.